welkom


Welkom!
Via deze blog neem ik jullie mee door de lens van mijn camera.
Als je goed om je heen kijkt, is er veel moois te zien…

Het zijn vaak de kleine dingen die mij inspireren, verbazen,
verwonderen en waarvan ik geniet!


Door op de foto's te klikken, krijg je een groter formaat. Als je wilt kan je een reactie achterlaten onder de berichten.
Wil je op de hoogte blijven van nieuw geplaatste berichten? Vul dan rechts bij FOLLOW BY EMAIL je emailadres in.
Wil je één van mijn foto's gebruiken? Stuur me dan een berichtje voor de voorwaarden i.v.m. auteursrecht.

Zoo moe...

Vandaag zijn we met kleinzoon Jop naar de Dierenpark de Oliemeulen in Tilburg geweest. Veel gezien, veel gespeeld en heel veel indrukken opgedaan. Dat is niets niks voor zo'n jochie van drie jaar. Hij zag ook deze Emoe, maar Jop was heel moe!

Er even tussenuit piepen...







Brains en ik wandelen graag in de berm langs het spoor richting Zevenbergschen Hoek. Het is erg heerlijk rustig. Je komt er niemand tegen, alleen zo nu en dan de werknemers van de boomgaard en dan zwaaien we vriendelijk naar elkaar. Binnenkort zal ik eens wat meer foto's plaatsen van dit heerlijke plekje. Er komt sporadisch een trage goederentrein voorbij die al van verre toetert, dus het is veilig. De Graspiepers die hier regelmatig op en langs de spoorrails vertoeven weten dat ook! 

Brutale vlerk...

 




Zo af en toe komt er een Blauwe reiger overvliegen om te kijken of er nog wat te halen valt in onze kleine vijver. Bij Blauwe reigers er is geen sprake van seksuele dimorfie (dus je ziet amper verschil tussen mannetje en vrouwtje). Deze keer landde hij of zij op de schutting met goed zicht over de tuin. Met hun lengte die kan oplopen van 80 -102 cm valt dat wel op vanuit de huiskamer. Ik ben stiekem naar buiten geslopen om wat foto's te maken en toen heb ik luidkeels gevraagd om te vertrekken. Diezelfde middag tijdens mijn wandeling in de polder, streek er een Blauwe reiger stoer voor me neer in het grasland. Alsof ie wilde zeggen: Ik ben niet alleen lang maar ook nog breed! Dat klopt ook want hun spanwijdte kan variëren van 110-145 cm.

Het oog wilt ook wat..


De Slobeend behoort tot de Grondeleenden. Deze groep eenden onderscheiden zich van anderen doordat ze hun voedsel meestal aan het oppervlak van ondiep water zoeken of daaronder, door middel van grondelen: daarbij steekt het achterlichaam rechtop uit het water en bevinden kop en hals zich onder water. Duiken doen ze weinig. Ze vliegen moeiteloos zonder aanloop uit het water op. Dat heb ik toevallig op de foto gezet. Zo zie je ook goed de kleurenpracht van zijn groene kop, witte borst, roodbruine flanken en lichtblauwe voorvleugels. Enne....heb je die geweldig mooie felgele ogen gezien?! 




 

Badgast...



De Aalscholver lijkt zwart maar is eigenlijk diep bronsgroen. Aan elk veertje van zijn bovenvleugel zit een klein zwart randje waardoor het geschubde effect ontstaat. Je ziet ze vaak zitten op een paaltje met uitgestrekte vleugels. Dit komt omdat hun vleugels, in tegenstelling tot andere watervogels, geen beschermende en waterafstotende vetlaag hebben. Dus elke keer als zij het water ingaan moeten zij zich daarna weer laten opdrogen om te kunnen vliegen. Misschien kan ik de volgende keer een handdoekje meenemen voor ze!

Lievelings...






De Staartmees is één van mijn lievelingsvogeltjes want deze wollige zachtroze bolletjes zien er zo schattig uit. Je ziet ook duidelijk waarom ze zo heten. De Staartmees is de énige Nederlandse vogel waarvan de staart langer is dan de rest van het lichaam. De vrouwtjes passen daardoor niet goed in het zachte maar krappe nest. Ze moeten dan ook broeden met een gekromde staart! Wat was ik blij dat ze even een tussenstopje maakten in onze tuin. Helaas moest ik wel door het raam fotograferen maar ik ben blij met het resultaat!

Hitchhikers...

 


Ik heb éven getwijfeld om ze een lift te geven, omdat ze al een paar dagen langs de weg stonden. Maar ze pasten niet in mijn kleine Agila!

Happy wife, happy life...

 
In juni trekken de eerste kieviten naar de kustgebieden van Engeland en Frankrijk, om van daaruit gezamenlijk naar het Iberisch schiereiland of zelfs Noord-Afrika te vliegen. In Nederland overwinteren kieviten uit Midden- en Noord-Europa. In zachte winters blijft een deel van deze vogels in Nederland overwinteren, waardoor het soms lijkt alsof de kievit geen trekvogel is maar bij strenge winters vertrekken ze wél. Half februari komen ze weer terug en half maart kunnen de eerste legsels verwacht worden. Het mannetje krabt een stuk of 10 kuiltjes waarvan het vrouwtje er kieskeurig ééntje uitkiest. Het is eigenlijk hetzelfde als in de mensen wereld...Happy wife, happy life !

Dead & alive...


Vorig jaar maart vond ik een gewonde Groene specht man op onze ontsluiting. De angstige vogel probeerde nog tevergeefs in de wilg te klimmen maar dat lukte niet met een kapotte vleugel. Ik heb hem gepakt en naar het Vogelrevalidatiecentrum in Zundert gebracht. Ondanks hun goede zorgen heeft ie het niet gehaald. Niet eens zozeer door de verwonding, maar het is erg moeilijk om een specht dwangmatig te laten eten. Ik mocht hem toen terug ophalen en heb hem op laten zetten. Hij prijkt nu aan onze muur in de kamer ( foto 2). Gelukkig hoorde ik nog steeds regelmatig de lach van andere Groene spechten. Ik wist al dat ze er nog zaten omdat ik nog steeds gaten in het gras zie. Dat doet de Groene specht met zijn snavel, zijn hoofdvoedsel bestaat uit mieren die hij, soms wel een halve meter diep, uit de grond pikt. Beiden spechten op de foto's zijn mannetjes, dat kan je zien aan de rode streep onder het oog. Bij vrouwtjes ontbreekt deze rode streep en is het rondom het oog geheel zwart. 

Rode oksels...




Tijdens een autoritje door de binnenweggetjes van Klundert kwamen we een groepje Koperwieken tegen. Het zijn eigenlijk niet de vleugels maar hun okseltjes die koperkleurig zijn, als ze vliegen,  Koperwieken broeden in Noord-Europese naaldbossen en ook in wilgenbossen op de kale vlaktes van Scandinavische rotsplateaus. Koperwieken overwinteren in Midden- en Zuid-Europa. Nederland vormt ruwweg de noordgrens van het overwinteringsgebied. Ze trekken vaak in grote groepen. In september en vooral oktober zijn ze met noordenwind soms massaal in Nederland aan te treffen. De voorjaarstrek valt minder op (ze vliegen meestal 's nachts als wij op één oor liggen) en vindt vooral plaats in Oost-Nederland in maart en april. 
 
 

Er loopt een streepje door...



De Wintertaling is een kleine eend waarvan het mannetje, zoals bij zoveel dieren, veel opvallender gekleurd is dan het vrouwtje. Naast de Europese Wintertaling die je hier ziet, is er ook een Amerikaanse wintertaling. Woerden (mannetjes) van de Amerikaanse wintertaling hebben een witte streep die de flanken van de borst scheidt. De woerden van de Europese wintertaling hebben een horizontale witte streep aan de bovenzijde van de vleugel zoals je op deze foto's ziet. De oudste wintertaling bekend in het wild werd 27 jaar en 1 maand.

 

 

Victoriaans rood...

 



Ook deze mooie grazers zagen we op de Noordwaard in de Biesbosch. In de Schotse Hooglanden, waar ze oorspronkelijk vandaan komen, werden de dieren gehoed of hadden een semiwild bestaan. Regelmatig werden grote kudden bijeengedreven en vervolgens te paard helemaal tot de abattoirs in Londen geleid. Het is één van de oudste rassen van Groot Brittannië. Van oorsprong zijn de Hooglanders meestal zwart maar koningin Victoria had echter een voorkeur voor de rode vacht. (Lands-)moeders wil is wet dus werd er actief geselecteerd op de rode dieren. 

Tonnetje rond...

                                       




Op de Noordwaard in Nationaalpark de Biesbosch lopen prachtige Waterbuffels. Zij kunnen plekken bereiken waar de andere natuurlijke grazers niet kunnen komen. Ze zijn groter dan de  Konikpaarden en de Schotse Hooglanders en kunnen hierdoor beter ruw voedsel verteren zoals Lisdodde en oud riet. Heel lang geleden, zo’n 126.00 jaar terug, waren er nog échte wilde waterbuffels in ons land. De huidige waterbuffels stammen af van dieren uit de Balkan waar ze gehouden worden als werkdier of voor de melk. Natuurlijke begrazing met waterbuffels is nieuw in Nederland. Vanwege hun dikke huid liggen ze ‘s zomers vaak in het water om af te koelen, maar ze kunnen ook goed tegen onze winters. De hoorns zijn hol, hebben diepe groeven en kunnen tot twee meter overspannen.
Zoals je ziet eten ze zich tonnetje rond en zien ze er aaibaar uit. Agressief zijn ze niet, wel nieuwsgierig en heel sterk, dus afstand houden is een must!

IJskonijn...

         


Op ons weitje hebben we een grote bos takken expres hebben laten liggen zodat egels e.d. hieronder weg kunnen kruipen om te overwinteren hebben ook de wilde konijntjes hun intrek genomen. Ze kunnen knabbelen aan de gesnoeide appeltakken en zoeken her en der wat gras dat niet onder de sneeuw is bedolven. Zo gezellig om te zien! 

Niet langer roek-eloos...

 




Al jaren probeer ik een roek te fotograferen. Ik zie ze vaak in groepen zitten in en onder de bomen bij het stoplicht van knooppunt Hooipolder, als we rechtsaf slaan richting Made. Maar daar kan ik niet uitstappen om even een foto te maken.. Wat schetst mijn verbazing als ik deze zondagmorgen niet één maar twéé roeken in onze tuin zie zitten! Mijn dag kon niet meer stuk!

Roeken zijn van de kraaiachtigen de enige soort die in dichte kolonies nestelt. Dat doen ze in boomtoppen. De kolonies kunnen wel honderden paren tellen en kunnen veel kabaal maken. Bovendien produceren ze ook heel wat uitwerpselen, vandaar dat de roek over het algemeen geen populaire vogel is. Het is echter wél een beschermde vogel en bovendien ook sociaal en slim. Het zijn flexibele eters: plantaardig in de vorm van zaden en noten maar ze prefereren dierlijks voedsel zoals slakken, engerlingen, maden, rupsen en af en toe een muisje. 
Hij onderscheidt zich van andere kraaiachtigen door zijn vrij forse lichtgrijze dolkvormige snavel, zijn doelgerichte, statige, ietwat schommelende manier van lopen en slordig aflopende veren aan de poten. De roek heeft een broek.

Petje af...

 
Door de opvallende kleuren is het mannetje van de Vink makkelijk te herkennen. Vooral door de blauwgrijze kop met de roodbruine wangen. In de winter is zijn kopje minder duidelijk getekend doordat de grijze veren dan een bruin randje hebben. Als je goed kijkt zie je het op sommige foto's bij uitvergroting, vooral bij het grijze bandje in zijn nekje. In de loop van de winter en in het voorjaar slijten de bruine randjes van de veren zodat het onderliggende blauwgrijze petje weer goed zichtbaar wordt. Maakt niet uit welke kleur, maar een écht petje is met deze kou onmisbaar eigenlijk!